Otello in Parijs met Renée Fleming

Vrijdag 1 juli bezochten we met een groep van MUSICO Reizen de voorstelling Otello in de Parijse Bastille. Stersopraan Renée Fleming voerde de cast aan, gevolgd door de relatief nieuw naam van Aleksanders Antonenko als Otello en de altijd vertrouwenwekkende Lucio Gallo als Jago. Het orkest van de Opéra de Paris werd gedirigeerd door Marco Armiliato. De regie was van Andrei Serban, decors van Peter Pabst en kostuums van Graciela Galán.

De band van de Parijse opera met dit stuk is een hele bijzondere. Het was inmiddels de 231 voorstelling van deze opera, sinds de Parijse première in Palais Garnier in 1894. Speciaal voor deze première schreef Verdi er een ballet bij (wat tot ca 1919 altijd is opgevoerd) en werd uiteraard een Franse vertaling gemaakt. Deze productie heeft ruim 70 jaar overleefd, en was tot 1966 in Parijs te zien. Sindsdien zijn er nog drie producties gemaakt (1976: Terry Hands/Georg Solti; 1990: Petrika Ionesco/Myung-Whun Chung en de recente productie die stamt uit 2004)

Victor Maurel als Jago

Over de regie valt eigenlijk weinig bijzonders te melden. Na een vrij tumulteuze opening met projecties van een stormachtige zee (met ook hinderlijke donder- en bliksemgeluiden door de ouverture/openingskoor heen) bestaat het decor eigenlijk altijd uit een voor en een achtertoneel dat gescheiden wordt door een arcadewand, die voor de pauze schuin staat en na de pauze recht. Deze opstelling komt met name goed van pas in de scènes waarin een aantal dingen tegelijkertijd afspelen. En die zijn er in Otello talloze.
Het heeft echter wel tot gevolg dat in de andere scènes alle spelers min of meer tot het voortoneel zijn veroordeeld en je zo (ondanks de immense afmetingen van de Parijse Bastille) eigenlijk toch ruimte tekort komt.

Verder staan er op een gegeven moment 4 rode fauteuils die waarschijnlijk een zekere huiselijkheid dienden te suggeren, maar eigenljk steeds een sta-in-de-weg bleken te zijn.

Aleksanders Antonenko (Otello) en Lucio Gallo (Jago)

Andrei Serban bleef getrouw aan het stuk, weliswaar speelde het stuk zich af in de ontstaansgeschiedenis van de opera (dus jaren `80 van de 19e eeuw), maar wat verder de reden hiervan was, kwam slecht uit de verf.

Over verf gesproken: in de vierde akte, voordat Otello Desdemona zal wurgen, plaatst hij zich achter opmaakspiegel van Desdemona en smeert met haar make-up een aantal oorlogsstrepen op zijn gezicht. Voor mij was dit eigenlijk het enige interessante moment: het suggereerde dat je de jongen wel uit de jungle kunt halen, maar de jungle niet uit de jongen. De ‘zwarte’ cultuur (eerwraak etc) is nog sterk geworteld in de Moor die zich omhoog heeft gewerkt. In zijn wanhoopsuur vervalt hij helemaal op zijn afkomst en roots. Hierdoor (en door het feit dat hij zo een rad voor de ogen wordt gedraaid door Jago) ben je als toeschouwer bijna bereidt Otello zijn daad te vergeven.

De regie stelt de zangers in staat om te schitteren, En als je mensen van het kaliber hebt zoals in Parijs, gebeurt dat ook. Ik hoorde voor het eerst Alekanders Antonenko, een Letse tenor van 35 die al op enkele grote operapodia belangrijke Italiaanse heldentenorrollen zong, maar vanuit het lyrische repertoire zich daarnaartoe heeft gezongen. Anders dan bijvoorbeeld José Cura heeft Antonenko een echt tenoraal timbre met een enorme spankracht. Moeiteloos snijdt hij met zijn stem door het grote orkestgeweld zonder ook maar een spoortje van overdreven scherpte. De stem is altijd gefocust en nooit geforceerd. Wellicht beschikt hij op dit moment nog niet over de toneelpersoonlijkheid van Domingo of Cura (om maar twee recente Otello’s te noemen), maar dat is slechts een kwestie van tijd en ervaring.

Ervaring is iets wat Renée Fleming natuurlijk in overvloed heeft. Je kunt je afvragen of Verdi het pakkie-an van Fleming is, maar het is juist ie ervaring die de rol gestalte doet geven. Eigenlijk mist haar stem een zekeke Italianitá en directheid voor deze rol. Soms komen de typische Fleming-dingetjes gemaniereerd over (bijvoorbeeld het vaak snel diminuendo maken op een lange toon, waardoor de legatolijn eigenlijk energie mist), maar als je je daar als luisteraar aan overgeeft, zet ze een rollenportret neer van een onschuldige, vrome en verdomd mooie vrouw. Eigenlijk precies diegene die Desdemona is. Voeg daarbij de schitterende jurken die Fleming als geen ander weet te dragen en je hebt echt een diva-avond van allure.

Renée Fleming als Desdemona

Ik vermoed dat de toekomst Fleming zelden nog in Verdi-rollen zal laten horen, maar dat ze zich nu steeds meer op het lyrischer Strauss-repertoire gaat richten, maar het zal niet de eerste keer zijn dat ze toch weer van dat verwachtingspatroon afwijkt.

Samenvattend: Alhoewel voor veel van onze reizigers Renée Fleming de hoofdreden was om deze voorstelling Otello te bezoeken (of misschien zelfs wel om naar Parijs te gaan), was de gehele productie op hoog niveau. De regie was wellicht een tikje bleek, maar dit gaf ruimte voor muzikale topprestaties!