Der Ring des Nibelungen in Weimar – Götterdämmerung

Het toneel is bezaaid met punkjongeren, weer zo’n truc van Michael Schulz om extra personen op het toneel te plaatsen. In eerste instantie ben je verrast en verbaasd, maar gaandeweg onthult de regie dat het in dit geval gaat over de Raben. Deze vogels vliegen op bevel van Wotan over de wereld om de strijd om de Ring te volgen. Schulz ziet de Raben als Wotan’s laatste instrumenten om zijn grip op de ring te houden.

Natuurlijk zijn de Raben getuige van het afscheid tussen Siegfried en Brünnhilde, maar zitten ze ook te snikken als de droomscène van Hagen plaatsvindt. Ook verkrachten de Raben Grane, een nieuwe poging van Wotan om Siegfried van hulp en afhankelijkheid (of vriendschap??) te ontnemen.

De zinderende tweede akte had erg te leiden onder de onduidelijke directie van Martin Hoff. Hij heeft ook het nadeel een zeer beperkte groep mannen voor het koor tot zijn beschikking te hebben, waardoor de scene met de Gichungen aan spankracht en intensie tekort komt.

De Gibichungen zijn een agressief volk, vrouwen worden onderdrukt en seksueel misbruikt. Niemand die dus een probleem schijnt te hebben met hoe Siegfried, Gunther en Hagen met hun vrouwen omgaan. Alleen Brünnhilde pikt het niet, en als zij opkomt tegen het verraad wordt ze in de ogen van de Gibichungen een voorvechtster voor vrouwenrechten. Een fraai idee, echter jammer genoeg komt het niet meer terug in de rest van de regie.

Als Siegfried in de derde akte in de val loopt wordt duidelijk dat Wotan nog steeds aan de touwtjes trekt: weliswaar staat Hagen klaar met de speer, maar slechts door de Raben (lees: Wotan) wordt Siegfried op de punt gedrukt waardoor hij sterft.

Het muzikale intermezzo (de treurmars) laat een prachtig pieta-beeld zien van de gestorven Siegfried op schoot bij Grane. Heftige discussies in de groep in hoeverre de symbolenwereld van Wagner christelijk beïnvloed is, maar voor mij persoonlijk kan dit onderdeel niet nadrukkelijk genoeg uitgebeeld worden. De verlossingsgedachte (‘durch mitleid wissend’ zou het later in Parsifal klinken) is met name een christelijk gedachtengoed, gelardeerd met een hele hoop Schopenhauer uiteraard.

En ook de wederopstanding is zo’n christelijk element dat Schulz bijna terloops in zijn regie stopt. Als Brünnhilde haar grote monoloog heeft gehad, laat ze Siegfried eenvoudigweg opstaan en lopen richting het achtertoneel.

Vervolgens komen de Walküren en de bebloede Raben (eigenlijk dus weer Wotan met zijn dochters) op het toneel staan en laten zich schoonwassen door een frisse lentebui. Een nieuwe wereldorde is ontstaan!

Ook hier weer sterke optredens van Christine Forster als Brünnhilde (in 2013 ook te horen bij de Ring van DNO) en Renatus Mészár als Hagen (een rol die hij herhaalt in Enschede in 2012).

Na afloop van de voorstelling werd tijdens een leuke afterparty van beide zangers afscheid genomen als ensemble lid van het Nationaaltheater in Weimar. Naast hen werden nog talrijke andere personen in het zonnetje gezet. De reden is duidelijk: het was de laatste keer dat de Ring in Weimar in deze enscenering gespeeld zou worden. Een prestatie op zich, maar voor Weimar ook belangrijk, omdat de Ring is opgebouwd vanaf 2006, toen er grote plannen waren om het theater van Weimar samen te voegen met dat van Erfurt. Met de Ring was Weimar in staat om hun zelfstandigheid te bewijzen. En met succes: tot 2017 zijn ze verzekerd van onafhankelijkheid en krijgen ze zelfs nog iets meer geld. Kom daar nog eens om in deze tijd!!

Lees hier meer over Götterdämmerung