Der Ring des Nibelungen in Weimar – Die Walküre

Aan het einde van Das Rheingold hebben de goden het Walhalla betreden. In Die Walküre zien we Wotan ondertussen niet heeft stil gezeten en voor een hele reeks nakomeling heeft gezorgd: 9 Walküres (dochters van Erda en aangevoerd door zijn Wunschmaid Brünnhilde) en een tweelingpaar (Siegmund en Sieglinde) bij een mensenvrouw. De Walküres bevolken inmiddels ook het Walhalla en dat ooit zo machtige paleis barst met al die rijzige dames behoorlijk uit zijn voegen. Wel kunnen er fraaie huisconcerten worden gegeven, en wat leent zich daar beter voor dan de eerste schets die Wagner voor Siegfrieds Tod schreef? Het lieflijke tafereeltje wordt echter wreed verstoord door de opkomst van Alberich die een klein etterig jongetje het toneel optrekt die onbeschaamd een ijzige gil slaakt. Het is duidelijk: om zijn positie in de strijd om de Ring veilig te stellen heeft ook Alberich voor nakomelingen gezorgd: Hagen.

Het is één van de vele details waarmee Michael Schulz in zijn uiterst heldere regiestijl de kijker keer op keer blijft verrassen. Het knappe is echter dat het nooit gezocht of ongeloofwaardig wordt. En alles lijkt 100% op het muzikale draaiboek te passen zoals Wagner dat in de partituur heeft achtergelaten.

Nog een voorbeeld: in de scène tussen Siegmund en Sieglinde is veelvuldig sprake van Wotan (hun beider vader die hen alleen heeft gelaten), muzikaal is Wotan door zijn motief echter alom vertegenwoordigd. Schulz laat Wotan ook als ‘geest’ op het toneel aanwezig zijn, die mee komt geslopenin de achterhoede van Hunding’s gevolg. Op het moment als Siegmund vertelt dat hij het huis op een gegeven moment zonder zijn vader aantrof, breekt de ‘geest’ een stuk brood en geeft dat via Sieglinde aan zijn verloren zoon. Een staaltje regiekunst van de eerste orde met ook nog eens een vleugje christelijke symboliek waar Wagner alleen maar instemmend naar had kunnen knikken.

Als laatste voorbeeld wil ik graag Wotan’s Abschied aanhalen. Wotan is teleurgesteld in zijn lievelingsdochter die zich tegen zijn opdracht keerde en in zijn woede maakt hij duidelijk dat hij voor altijd haar de rug toe zal keren. Een beslissing die ongetwijfeld geen enkele vader licht zal vallen. Er waren immers nog zoveel mooie momenten samen te beleven in het nog jonge leven van Brünnhilde. Welke vader wil nu niet zijn dochter zien trouwen, om maar wat te noemen??? Schulz laat op subtiele wijze vader en dochter al het huwelijksfeest beleven: Brünnhilde krijgt een trouwjurk en vlak voordat ze zich in de vuurring neer legt danst ze nog een laatste keer met haar vader. Een ontroerend hoogtepunt.

Schulz laat zijn zangers volledig overgeleverd aan de tekst en de muziek. Er is nauwelijks een decor om je achter te verbergen. Alleen door het grootste tekstbegrip zijn de zangers in staat om hun rol gestalte te geven. En dat iedereen doordrongen is van hun rol wordt gedurende de gehele avond steeds duidelijker. Daar waar Schulz afwijkt van het geijkte patroon (de eerste woede-uitbarsting van Wotan in de eerste akte die wel muzikaal is uitgewerkt, maar hier ook als een pijnlijke poging tot kindermishandeling overkomt; de gelukzaligheid waar Brünnhilde zich te rusten legt in de Ring van vuur) zijn de zangers overtuigd van hun positie en lijken ze hun meest glorierijke momenten te beleven. Wotan (in de persoon van Renatus Mészár) is daar het beste voorbeeld van. Hij overstijgt zelfs door het acteren zijn vocale capaciteiten, en is hierdoor eigenlijk exemplarisch voor de gehele cast. Strikt technisch gezien is wellicht niet altijd de meest perfecte zanger gecast (alle vocalisten zijn eigenlijk net een stemvak te licht (Kirsten Blanck als SIeglinde en Chatherine Foster als Brünnhilde), de enige uitzondering is de Siegmund van Corby Welch), maar door het niet al te groot bezette orkest en de sublieme akoestiek van het Nationaltheater in Weimar komt geen van hen echt in de problemen. Wel loopt dirigent Martin Hoff soms tegen zichzelf te vechten: hij heeft een voorkeur voor langzame tempi, maar het lijkt of hij de zangers daar eigenlijk niet in mee krijgt genomen. Het resulteert in soms wat rommelige momenten, met name bij de tempi-overgangen en recitativische gedeelten.

Benieuwd wat de komende dagen zal brengen: over het algemeen laat Die Walküre zich makkelijk vertellen. Siegfriedkan vaak wel een kleine hulp gebruiken……

Lees hier meer over Die Walküre